West-Europa & Turkije · Bijgewerkt op 22 september 2026
FactoryOptimizationAI
Stilstand & verliezen · Gids

Microstops: de verliezen die uw stilstandregistratie niet bevat

Korte stops zijn geen kleine stops. Het zijn de stops die niemand noteert, en daardoor meestal het grootste afzonderlijke verlies op een lijn en het moeilijkst bespreekbaar.

Kort samengevatEen microstop is een stilstand die zo kort is dat niemand hem registreert — in de praktijk korter dan twee, vijf of tien minuten, afhankelijk van wat uw systeem kan vastleggen. Omdat ze binnen de geregistreerde draaitijd vallen, verlagen ze de prestatie en niet de beschikbaarheid. Bepaal de omvang uit het verschil tussen verwachte en werkelijke stuks, en splits dat restverschil daarna in microstops en traag draaien.

Wat telt als een microstop

Een microstop is een stilstand die zo kort is dat niemand hem vastlegt. Dat is de werkdefinitie, en zij is bruikbaarder dan een getal, want de grens wordt bepaald door uw registratiesysteem, niet door de natuurkunde. Een stop die de operator in veertig seconden verhelpt en een stop waarvoor een onderhoudstechnicus nodig is, zijn verschillende gebeurtenissen, en alleen de tweede haalt de stilstandregistratie.

De getallen die in omloop zijn komen uit drie hoeken, en geen ervan is een norm.

  • De verliesindeling. De klassieke TPM-verliesrekening scheidt storingen van leegloop en kleine stops. Het onderscheid is gedragsmatig: een storing vraagt een ingreep en een reparatie, een kleine stop vraagt een handeling. Daarom ligt de grens ergens in de orde van enkele minuten en niet op een rond getal.
  • De resolutie van het registratiesysteem zelf. Vraagt de terminal op de werkvloer pas om een redencode als een stop langer dan vijf minuten duurt, dan is de microstopgrens van de fabriek vijf minuten, of iemand dat nu zo besloten heeft of niet.
  • Het herstartgedrag van de machine. Op een lijn waar een blokkade zichzelf opheft en de machine zonder operator verder draait, verschijnt de stop mogelijk in geen enkele teller. Op een lijn die een reset en een referentierit nodig heeft, levert dezelfde fout een langere, zichtbare gebeurtenis op.

Grenzen die u in de praktijk tegenkomt, zijn twee, vijf en tien minuten. Systemen voor productiemonitoring publiceren hun eigen detectiegrens — de productpagina van TeepTrak noemt bijvoorbeeld detectie tot microstops van twee minuten. Het getal telt minder dan het afspreken van één grens en die vasthouden, want elk cijfer verderop is er een functie van. Leg de grens vast in de meetdefinitie voordat iemand data verzamelt, en verander hem nooit midden in een vergelijking. Transparantie: deze sites worden uitgegeven door TEEPTRAK SAS, dat software voor productiemonitoring en OEE verkoopt. Andere leveranciers publiceren andere grenzen, en een PLC-teller of een spreadsheet kan de eerste ronde gratis doen.

AfbakeningDeze pagina definieert OEE niet en publiceert geen OEE-benchmarks. Voor de definities, de benchmarktabellen per sector en het rekenwerk rond de kosten van stilstand, zie oee-benchmark.org. Hier is het onderwerp smaller: de stops die uw stilstandregistratie nooit halen, hoe u ze vindt en wat ze veroorzaakt.

Waarom handmatige registratie ze stelselmatig mist

Niet af en toe. Stelselmatig, en elke keer in dezelfde richting. Vier mechanismen doen het werk.

MechanismeWat er gebeurtEffect op het cijfer
Detailniveau van het ploegrapportHet rapport is een blad met een regel per gebeurtenis en een totaal dat moet kloppen met de ploeg. De kleinste bruikbare eenheid is enkele minuten.Alles wat korter is dan die eenheid kan niet worden genoteerd. Het wordt geen klein getal; het wordt nul.
De beslisregel van de operatorDe operator staat aan de machine, verhelpt de blokkade en de machine draait alweer voordat een terminal bereikt kan worden. De stop registreren zou meer tijd kosten dan de stop zelf.De operator handelt juist. Het verlies verdwijnt toch. Elke methode die afhangt van degene die de storing verhielp om haar ook te noteren, telt te laag.
Afronden op 5 of 15 minutenDuren worden in hele eenheden ingevoerd. Een stop van 90 seconden wordt naar nul afgerond of, als hij al wordt genoteerd, opgeblazen tot de kleinste eenheid.Twee tegengestelde fouten die elkaar niet opheffen. Korte gebeurtenissen verdwijnen; de enkele die overleven worden overdreven, waardoor de registratie plausibel lijkt en toch onjuist is.
De sluitregelDe geregistreerde tijd moet aansluiten op de ploegduur. Wat onverklaard blijft, wordt in de grootste benoemde categorie of in een restpost geduwd.De registratie wordt intern consistent en extern onwaar. Microstoptijd komt terug als omstellen, als onderhoud, of als helemaal niets.

Waargenomen gedrag van stilstandregistratie op papier en via terminals; hier wordt geen enquêtecijfer geclaimd.

Er is een vijfde, stiller mechanisme. Lijsten met redencodes worden opgesteld vanuit de onderhoudshistorie en bevatten dus codes voor storingen. Zelden bevatten ze een code voor "opgelost en doorgegaan". Een verlies zonder code is een verlies zonder eigenaar.

Hoe microstops in de cijfers opduiken

Omdat microstops niet als stilstand worden geregistreerd, verlagen ze de beschikbaarheid niet. Ze verlagen het tempo waarin stuks van de machine komen terwijl die als draaiend staat geregistreerd. Daarom is de klacht bijna altijd dezelfde: de beschikbaarheid ziet er goed uit en de output niet.

  • Prestatieverlies, geen beschikbaarheidsverlies. De verloren tijd zit binnen de geregistreerde draaitijd en landt dus in de prestatieterm. Een fabriek met een schone beschikbaarheid en een hardnekkig prestatiegat beschrijft microstops, hoe ze die ook noemt.
  • Spreiding van de cyclustijd. Neem de tijd tussen opeenvolgende stuks. Een machine zonder microstops geeft een smalle verdeling rond de standaardcyclus. Een machine vol microstops geeft een rechtsscheve verdeling: dezelfde mediaan, een lange staart en een gemiddelde dat ver boven de mediaan ligt. Het verschil tussen gemiddelde en mediaan is de helderste indicator die u uit bestaande data kunt berekenen.
  • Theoretisch tempo tegenover werkelijk tempo. Het verschil tussen de stuks die u in de geregistreerde draaiminuten had moeten maken en de stuks die u werkelijk maakte, na aftrek van afkeur en geregistreerde stops, is het restverschil. Microstops en traag draaien zijn de enige twee dingen die daarin overblijven.
  • Normtijden die opschuiven. Wordt een normtijd opnieuw berekend uit recente werkelijke cijfers, dan worden de microstops in die cijfers in de nieuwe norm ingebakken. Het verlies wordt dan om een tweede reden onzichtbaar: de planning gaat er al van uit.
  • Verschil tussen ploegen zonder aanwijsbare oorzaak. Twee ploegen, dezelfde machine, hetzelfde product, 5% verschil in output en identieke stilstandregistraties. Het verschil zit in de stops die niemand noteerde.

Bepaal het verlies voordat u iets koopt

U hebt geen monitoringsysteem nodig om te weten te komen of u een probleem hebt dat het oplossen waard is. U hebt één ploeg rekenwerk nodig en hooguit twee uur aandacht van iemand. Doe dit eerst; het levert meteen de baseline op waar elke subsidieaanvraag om vraagt.

  1. Leg de referentiecyclus vastElk getal hieronder hangt ervan af. Gebruik de technische norm als u die vertrouwt. Zo niet, neem dan het beste tempo dat de machine het afgelopen kwartaal een schoon uur lang werkelijk heeft gehaald, en gebruik dat tot de norm bevestigd is. Vermeld welke u hebt gebruikt. Een verkeerde referentiecyclus levert een zelfverzekerd verkeerd antwoord op.
  2. Bereken het restverschilVoor één ploeg: geplande draaitijd min geregistreerde stilstand is de geregistreerde draaitijd. Vermenigvuldig de geregistreerde draaitijd met het referentietempo voor de verwachte stuks. Trek daar de werkelijk geproduceerde stuks van af, afkeur inbegrepen, want afkeur heeft ook cyclustijd verbruikt. Reken het tekort tegen de referentiecyclus terug naar minuten. Dat is het restverschil: tijd waarin de machine als draaiend stond geregistreerd en niets opleverde.
  3. Splits het restverschilHet restverschil is microstops plus traag draaien, en die twee hebben verschillende oplossingen. Scheid ze met een korte waarnemingsstudie: één persoon, één machine, twee uur, een stopwatch op de telefoon, één regel per stop met begintijd, duur en wat er is gedaan. Aantal en gemiddelde duur geven het aandeel microstops. Wat overblijft, is traag draaien.
  4. Controleer met een tellerHeeft de machine een stuksteller, lees die dan twee ploegen lang op een vast interval af — een kwartier volstaat. Intervallen die onder de verwachte telling blijven, plaatsen de verliezen in de tijd, en vaak ook in product of in operator. Dit kost niets en houdt beter stand dan een herinnering.
  5. Beslis met een regel, niet met een gevoelLeg de grens vast voordat u de uitkomst ziet. Een verstandige: blijft het restverschil onder ongeveer 3% van de geregistreerde draaitijd, dan is deze machine uw probleem niet — ga een andere meten. Tussen ruwweg 3% en 10% pakt u de twee grootste oorzaken aan met standaardwerk en een sensorcontrole voordat u geld uitgeeft. Daarboven, en op een machine die de fabriek begrenst, verdient automatische registratie zich snel terug, want het verlies is verdeeld over honderden gebeurtenissen per ploeg en is met de hand niet te reconstrueren.

Een uitgewerkt voorbeeld

Illustratie met aangenomen cijfers. Eén assemblagecel, één ploeg.

  • Ploeg 480 min; geplande pauzes en gepland onderhoud 40 min; geplande draaitijd 440 min.
  • Referentiecyclus 12 s per stuk, dus 5 stuks per minuut.
  • Geregistreerde stilstand: één omstelling van 20 minuten en één storing van 15 minuten = 35 min. Geregistreerde draaitijd 405 min.
  • Output: 1.730 goede stuks en 40 afkeur = 1.770 geproduceerde stuks.
  • Verwacht bij het referentietempo: 405 × 5 = 2.025 stuks.
  • Tekort 2.025 − 1.770 = 255 stuks → 255 × 12 s = 3.060 s = 51 minuten.
  • 51 / 405 = 12,6% van de geregistreerde draaitijd, in een ploeg waarvan de stilstandregistratie perfect sloot.

Dan de waarnemingsstudie van twee uur op dezelfde cel: 14 stops, gemiddelde duur 55 seconden. Dat is 7 stops per uur. Over 405 minuten (6,75 uur) komt dat neer op 47 stops × 55 s = 2.585 s = 43 minuten microstops. De resterende 51 − 43 = 8 minuten is traag draaien — de machine die boven de 12 seconden cycleert, een ander probleem met een andere eigenaar.

In output uitgedrukt: 43 minuten × 5 stuks per minuut = 215 stuks per ploeg. Bij twee ploegen en 230 werkdagen zijn dat 460 ploegen, 98.900 stuks en ongeveer 330 machine-uren per jaar — grofweg 41 ploegen van acht uur aan capaciteit. Of dat geld waard is, hangt ervan af of deze cel de beperkende schakel is en of de stuks verkocht kunnen worden; dat rekenwerk hoort op de pagina's over de kosten van stilstand, niet hier. Wat het voorbeeld laat zien, is de vorm van het verschijnsel: 47 gebeurtenissen, geen ervan afzonderlijk het noteren waard, samen groter dan beide geregistreerde stops bij elkaar.

Controleer eerst de referentieIs de cyclus van 12 seconden een streven en geen gehaald tempo, dan is die hele 51 minuten fictie. Voordat u een restverschil aan iemand voorlegt, toont u aan dat de machine het referentietempo werkelijk een aanhoudende periode heeft gedraaid. Is dat niet zo, dan is de eerlijke uitspraak een bandbreedte, met het best gehaalde tempo als ondergrens.

De vijf oorzaken die in stukproductie domineren

In de volgorde waarin ze meestal uitkomen op totale verloren tijd — niet op aantal, wat een andere en minder bruikbare rangschikking is.

OorzaakHoe het eruitzietWat te doenHoe u weet dat het werkte
Aanvoer en presentatie van materiaalMisvoeding, dubbele voeding, verstoppingen in trilvoeders, magazijnen, etiket- en blisterbanen. Meestal de grootste afzonderlijke groep. Hangt samen met partij, leverancier en luchtvochtigheid, niet met de machine.Behandel het als een kwestie van ingangskwaliteit, niet als een machineprobleem. Controleer oriëntatie en braamvorming bij de voeder, neem de toevoersnelheid terug tot het stoppercentage daalt, voeg een fysieke geleiding of een poka-yoke voor oriëntatie toe aan de invoer.Aantal stops per partijnummer. Is de verbetering echt, dan wordt ook de spreiding tussen partijen smaller en niet alleen het gemiddelde lager.
Sensor- en detectiestoringenFotocellen vervuild door stof, olie of koelvloeistof; driftende drempels; vals product-aanwezig; lichtschermen onderbroken door een spaan of een mouw van de operator. Neemt toe in de loop van de ploeg en valt terug na reinigen.Neem sensorreiniging op in de opstartstandaard van de ploeg, controleer de schakelmarge en niet alleen de functie, maak de bevestiging stijver zodat trillingen de uitlijning niet verschuiven, en vervang optisch door inductief of capacitief waar de omgeving vuil is.Het verloop binnen de ploeg. Een ingreep op reiniging en marge vlakt de oplopende curve af; loopt de curve nog steeds op, dan ligt de oorzaak elders.
Geblokkeerd en zonder toevoerDe machine stopt omdat de volgende machine vol is of de vorige leeg. Het is zichtbaar op de machine die u bekijkt, maar het hoort bij een buur of bij de buffer ertussen.Registreer de stoptoestand apart — geblokkeerd, zonder toevoer, storing — voordat u iets anders doet. Bepaal daarna de buffergrootte of pak de buur aan. Een machine zonder toevoer optimaliseren is weggegooid werk.Het aandeel stops met de code geblokkeerd of zonder toevoer. Op de beperkende machine hoort het tot bijna nul te dalen; elders mag het terecht hoog blijven.
Product- en gereedschapsvariatieHet stoppercentage loopt op met de gereedschapsslijtage en valt scherp terug na een wissel. Ook lijmviscositeit, sluitkoppel van de dop, foliedikte, conditie van de laspunt.Zet het stoppercentage uit tegen de standtijd van het gereedschap in plaats van tegen de kalender, en verschuif het wisselmoment naar het punt waar de curve omhoogbuigt. Koppel dezelfde grafiek aan partij en instelwaarde, zodat de variabele wordt aangewezen en niet geraden.De curve vlakt af tussen wissels, en de totale stoptijd daalt ook al wisselt u vaker van gereedschap.
Ingrepen van de operator die geen omstelling zijnBijvullen, vrijmaken, kleine bijstellingen, tussentijdse controles waarvoor de machine stil moet. Afzonderlijk terecht, samen groot, en onzichtbaar omdat niemand ze stilstand noemt.Haal de controle los van de stop waar het proces dat toelaat, verbeter reikwijdte en toegankelijkheid zodat bijvullen seconden kost in plaats van een minuut, en standaardiseer de ingreep zodat hij elke keer even lang duurt.De gemiddelde duur van deze soort stops, en de spreiding ervan. Standaardwerk laat zich eerst zien in een smallere verdeling dan in een lager gemiddelde.

Gerangschikt naar het gebruikelijke aandeel in de verloren tijd bij stukassemblage en verspaning. Uw eigen pareto kan anders uitvallen — maak die eerst voordat u op deze afgaat.

Twee regels lopen door alle vijf heen. Rangschik op totale verloren tijd, niet op aantal gebeurtenissen: zestig stops van een minuut wegen zwaarder dan vier stops van vijf minuten, en een pareto op aantallen stuurt u naar de verkeerde machine. En breng eerst de meting op orde, dan de oorzaak: worden stops niet gescheiden in geblokkeerd, zonder toevoer, storing en ingreep, dan is elke pareto die u maakt een mengsel van vier verschillende problemen.

Als u besluit de registratie te automatiseren

Drie eerlijke opties, oplopend in kosten. Een aftakking van de PLC of een teller naar een spreadsheet, wat gratis is en volstaat voor één machine en een paar weken. Een bestaand MES of een SCADA-historian, als u die al hebt en hij stuks in plaats van ploegen van een tijdstempel voorziet. Een specifiek monitoringsysteem, de enige optie die naar een hele fabriek schaalt zonder er een functie bij te maken. Wat u ook kiest, leg de microstopgrens, de definities van de toestanden en de bewaartermijn vooraf vast — en gaat er een subsidieaanvraag aan hangen, noteer dan de baseline voordat de sensoren erop gaan, want een baseline die achteraf uit een ploegrapport wordt gereconstrueerd, overleeft het controlebezoek niet.

Gratis hulpmiddel
Subsidie- en fiscaal pakket West-Europa

Eén blad per land met het percentage, de plafonds en de status, een checklist voor de voorwaarden en een budgetmodel dat het plafond voor u toepast. Excel, zonder macro's.

Pakket ophalen →

Vragen

Vanaf welke duur is een stop een microstop?
Er is geen norm die een getal vastlegt. In de praktijk hanteren fabrieken twee, vijf of tien minuten, en de grens wordt meestal bepaald door wat het registratiesysteem kan vastleggen en niet door een besluit. De bruikbare definitie is gedragsmatig: een stop die de operator verhelpt zonder iemand te bellen, en die daardoor de stilstandregistratie nooit haalt. Kies een grens, leg die vast in de meetdefinitie en houd hem aan, want elk cijfer verderop hangt ervan af.
Waarom verlagen microstops de prestatie en niet de beschikbaarheid?
Omdat ze vallen binnen tijd die het systeem al als draaitijd heeft geregistreerd. De beschikbaarheid wordt berekend uit geregistreerde stops; wordt een stop niet geregistreerd, dan beweegt de beschikbaarheid niet. De verloren tijd komt in plaats daarvan naar voren als een gat tussen de stuks die u in de geregistreerde draaiminuten had moeten maken en de stuks die u werkelijk maakte. Daardoor kan een fabriek een gezonde beschikbaarheid rapporteren en toch elke week haar planning missen.
Kan ik microstops meten zonder iets te kopen?
Ja, voor een eerste ronde. Bereken het restverschil voor één ploeg — geregistreerde draaitijd × referentietempo, min de geproduceerde stuks — en doe daarna een waarnemingsstudie van twee uur met een stopwatch om dat restverschil te splitsen in microstops en traag draaien. Lees de stuksteller van de machine twee ploegen lang elk kwartier af om de verliezen in de tijd te plaatsen. Dat volstaat om te beslissen of het probleem geld waard is, en het levert de baseline op waar een subsidieaanvraag om vraagt.
Onze stilstandregistratie sluit precies op de ploeg. Betekent dat dat zij klopt?
Nee, en een registratie die perfect sluit is licht verdacht. De geregistreerde tijd wordt meestal op de ploegduur afgestemd, waardoor onverklaarde minuten opgaan in de grootste benoemde categorie of in een restpost. De registratie wordt intern consistent terwijl de korte stops die zij niet kan weergeven stilzwijgend worden herverdeeld. Vergelijk de registratie met de stuksteller in plaats van met zichzelf.
Moet ik achter elke microstop aan?
Nee. Rangschik de oorzaken op totale verloren tijd, niet op hoe vaak ze voorkomen, en begin met de twee grootste op een machine die de fabriek werkelijk begrenst. Een machine die geblokkeerd is of zonder toevoer zit, hoeft helemaal niet geoptimaliseerd te worden zolang de buur of de buffer niet is aangepakt — de stops horen bij iets anders. Blijft het restverschil onder ongeveer 3% van de geregistreerde draaitijd, ga dan een andere machine meten.

Bronnen

  1. TeepTrak PerfTrak — opgegeven detectie tot microstops van 2 minuten
  2. OEE-definities, benchmarks en rekenwerk rond de kosten van stilstand

Uitgegeven door TEEPTRAK SAS, dat software voor productiemonitoring en OEE levert. Elk cijfer is op de pagina onderbouwd. Subsidieregels, normen en rapportageplichten veranderen: raadpleeg de officiële documenten voordat u budgetteert of vastlegt.