Home / Waarde van een OEE-punt per land
Landenbenchmark · 22 landen · gegevens van 22 september 2026Wat één OEE-punt waard is, land voor land
Dezelfde lijn, dezelfde formule, tweeëntwintig nationale kostenbases. Eén extra OEE-punt maakt geplande uren vrij; wat die uren waard zijn, hangt af van waar de lijn staat.
In het kortOp een referentielijn in twee ploegen (3.600 geplande uren, vier operators per ploeg, 150 kW gemiddelde belasting, start-OEE 60%) maakt één OEE-punt 59 lijnuren per jaar vrij. Tegen nationale kosten 2025 is dat in Zwitserland € 16.433 waard en in Turkije € 2.652: een factor 6,2. De gemiddelde EU-27-kostenbasis geeft € 9.962.
Wijzig de referentielijn: alle landen worden herberekend
| # | Land | Loonkosten €/u | Stroom €/kWh | Eén OEE-punt, €/jaar | Toegevoegde waarde, €/jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Zwitserland * | 60,7 | 0,2369 | 16.433 | · |
| 2 | Denemarken | 55,0 | 0,2732 | 15.402 | 31.160 |
| 3 | Oostenrijk | 51,3 | 0,2159 | 14.021 | 15.533 |
| 4 | België * | 51,5 | 0,1901 | 13.840 | 19.707 |
| 5 | Duitsland | 49,5 | 0,2369 | 13.782 | 14.640 |
| 6 | Nederland * | 47,3 | 0,2192 | 13.106 | 21.640 |
| 7 | Frankrijk * | 47,1 | 0,1488 | 12.436 | · |
| 8 | Ierland * | 42,4 | 0,2552 | 12.268 | · |
| 9 | Zweden | 47,2 | 0,1065 | 12.085 | 17.040 |
| 10 | Finland | 43,6 | 0,0846 | 11.041 | 15.520 |
| 11 | Italië | 32,8 | 0,2177 | 9.670 | 11.520 |
| 12 | Verenigd Koninkrijk * | 29,6 | 0,1961 | 8.733 | · |
| 13 | Slovenië | 29,8 | 0,1730 | 8.566 | 8.133 |
| 14 | Spanje | 28,2 | 0,1431 | 7.924 | 10.453 |
| 15 | Tsjechië | 20,2 | 0,1980 | 6.521 | 6.640 |
| 16 | Slowakije | 19,3 | 0,2190 | 6.495 | 5.947 |
| 17 | Polen | 17,1 | 0,2140 | 5.931 | 5.267 |
| 18 | Hongarije | 15,6 | 0,2340 | 5.754 | 5.160 |
| 19 | Portugal | 16,5 | 0,1482 | 5.207 | 6.280 |
| 20 | Roemenië | 12,0 | 0,2070 | 4.665 | 4.280 |
| 21 | Bulgarije | 10,2 | 0,1630 | 3.851 | 3.093 |
| 22 | Turkije * | 8,2 | 0,0809 | 2.652 | 4.760 |
Zo leest u de tabel
- Kostenbenadering. Eén OEE-punt betekent dezelfde goede output in minder geplande uren. De kolom waardeert die uren tegen de nationale loonkosten in de industrie voor de bezetting, plus de stroom van de lijn. Dit is de juiste benadering als de fabriek niet uitverkocht is.
- Toegevoegde-waardebenadering. Neemt de markt de extra output af, dan is hetzelfde punt +1/60 meer goede output. De kolom waardeert die tegen de gemiddelde toegevoegde waarde per werkzame persoon in de industrie van het land, voor de acht mensen die twee ploegen bemannen. Alleen getoond waar Eurostat een vergelijkbare reeks publiceert.
- Afwijkende grondslagen, gemarkeerd. Frankrijk, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Turkije gebruiken nationale of anders afgebakende reeksen; elke landenpagina vermeldt grondslag en datum. Niet-eurobedragen zijn omgerekend tegen de gemiddelde ECB-koers 2025.
Gratis rapport · pdf
Ontvang het volledige benchmarkrapport
Een pdf in het Nederlands: alle 22 landen op één pagina, gevoeligheidstabellen per ploegenrooster en start-OEE, de methode en een 30-dagenplan om uw eigen nulmeting te doen voordat iemand over het getal discussieert.
Vragen
- In welk land levert één OEE-punt het meest op?
- In de kostenbenadering in Zwitserland: € 16.433 per jaar op de referentielijn, omdat arbeid én stroom er duur zijn. Onder de EU-landen met Eurostat-gegevens staat Denemarken bovenaan met € 15.402.
- Waarom is een OEE-punt minder waard in Midden- en Oost-Europa?
- Omdat de uren die het vrijmaakt goedkoper zijn: een arbeidsuur in de industrie kost € 17,1 in Polen tegen € 49,5 in Duitsland. Het verschil slinkt snel (de Poolse uurloonkosten stegen tussen 2023 en 2025 met 29,5%) dus hetzelfde punt wordt elk jaar meer waard.
- Is een punt op elk OEE-niveau evenveel waard?
- Nee. Elk punt is een kleiner deel van wat de lijn al produceert: van 60% naar 61% bespaart 1/61 van de geplande tijd, van 80% naar 81% maar 1/81. Lijnen met een lage OEE winnen per punt het meest.
- Wat een OEE-systeem echt kost: de rekentool voor 3 jaar
- OEE-rekentool: beschikbaarheid × prestatie × kwaliteit
- Wat één OEE-punt waard is tegen uw eigen marge
Bronnen
- Eurostat lc_lci_lev: hourly labour cost, NACE C manufacturing (D1_D4_MD5), EUR
- Destatis: EU labour cost per hour worked, manufacturing (Eurostat annual estimate, 2025)
- Eurostat nrg_pc_205: non-household electricity prices, band ID 2,000-19,999 MWh, excl. VAT and recoverable taxes
- Eurostat news, 8 May 2026: non-household electricity prices, 2nd half 2025 (band IC 500-1,999 MWh)
- Eurostat nama_10_a10 / nama_10_a10_e: manufacturing value added and employment, 2025
- SDES: Prix de l’électricité en France et dans l’UE en 2025 (published 23 July 2026)
- DESNZ: Quarterly Energy Prices, March 2026 (manufacturing electricity, Q4 2025, excl. CCL)
- ONS ASHE 2025: employee earnings (median full-time manufacturing pay £38,956, via Statista)
- Swiss Federal Council / FSO: Swiss Earnings Structure Survey 2024 (25 Nov 2025): machinery median CHF 7,632/month
- Avenir Suisse, 30 April 2026: what smaller and mid-sized firms pay for electricity
- ManufacturingML: Western European manufacturing 2026: the Eurostat data (extracted 22 Sep 2026)
- ManufacturingML: CEE manufacturing 2026: the Eurostat data (extracted 22 Sep 2026)
- ManufacturingML: Türkiye manufacturing: Eurostat series for TR (extracted 22 Sep 2026)
- Bank of Finland, average annual euro exchange rates 2025 (ECB reference rates)
Gepubliceerd door TEEPTRAK SAS, maker van software voor productiemonitoring en OEE. De kosten zijn openbare statistieken; de referentielijn is een aanname, vermeld zodat u haar kunt wijzigen.